Linzenfritters met komkommer-bosui-raita


Ik ben gek op fritters, maar heel slecht in ze klaarmaken. Ik snap niet waarom het internet je wil laten geloven dat courgettefritters een snelle doordeweekse maaltijd zijn. Bij mij valt alles wat bij elkaar moet komen tot een knapperig koekje, steevast uit elkaar. Dat is ook precies wat er gebeurde toen ik deze gefrituurde linzenballetjes maakte. Vandaar dat er vijf balletjes op de foto staan en geen acht, zoals het recept omschrijft. Ik probeerde er eerst een soort leuke platte hamburgertjes van te maken, dat was geen goed idee. Ook was ik te ongeduldig en wilde ik te snel draaien, waardoor alles in de olie verbrokkelde. Frituur de fritters dus echt 3 minuten voordat je ze omdraait, zodat ze vorm houden.


Deze fritters zijn geïnspireerd op Bengaalse piyaji, alleen heb ik alles wat vers is eruit gelaten. Normaal gaat er ui doorheen, soms chili of gember, maar ik heb gewoon alleen maar droge ingrediënten uit de voorraadkast gebruikt. Dat leek me makkelijker. Voel je vrij om wel ui toe te voegen, maar voeg dan misschien iets minder water toe. De fritters doen qua structuur een beetje denken aan falafel. Je weekt de linzen even, maar kookt ze niet voordat je frituurt. Daardoor proef je een beetje korreltjes, wat ik heel lekker vind. Het is niet echt tradioneel om er raita als dip bij te eten, maar doe het toch maar.


No waste-tip: Je hebt bij dit gerecht niet echt restjes, maar mochten je fritters ook uit elkaar vallen, blijf gewoon bakken. Je krijgt dan een soort knapperig gefrituurd linzengehakt. Ik heb het op rijst met raita gegeten en dat was heerlijk.


INGREDIËNTEN (ca. 8 fritters)

Fritters

200 gram rode linzen

1/2 theel. chilipoeder

1/2 theel. korianderpoeder

1/2 theel. kurkumapoeder

1/2 theel. zout

neutrale olie om in te frituren


Raita

1/4 komkommer

2 bosuien

1 theel. zout

200 gram Griekse yoghurt

snuf komijnpoeder

snuf chilipoeder

1/4 theel. kristalsuiker


BEREIDINGSWIJZE

  1. Week de linzen 30 minuten tot 3 uur in een kom met ruim koud water.

  2. Rasp intussen de komkommer op de grote stand van zo'n vierkante rasp. Als je die niet hebt, snijd de komkommer dan julienne (in dunne reepjes).

  3. Snijd de bosui in dunne ringen en meng met het zout en de komkommer. Kneed het zout een beetje in de komkommer en bosui. Doe het geheel in een zeef boven een kom en laat uitlekken terwijl je de rest van de ingrediënten bereidt.

  4. Giet de linzen af en doe samen met het chilipoeder, korianderpoeder, kurkuma en zout in een keukenmachine. Maal fijn. Het hoeft geen puree te zijn, je mag nog wel wat korreltjes voelen. Schraap af en toe de zijkanten naar beneden, zodat alles even fijn is.

  5. Verhit de olie in een wok of (frituur)pan tot 180 °C.

  6. Maak intussen 8 balletjes van het linzenmengsel. Druk de balletjes goed aan, zodat ze lekker compact zijn.

  7. Laat de balletjes voorzichtig in de olie glijden. Doe niet te veel balletjes tegelijk in de pan, dan is het moeilijk omdraaien of gaat het aan elkaar plakken. Frituur de balletjes 3 minuten per kant ZONDER ER AAN TE ZITTEN.

  8. Draai de balletjes voorzichtig om, bij mij ging dit het beste met een keukentang. Het kan zijn dat de onderkant iets aankoekt, dat is niet erg. Als de balletjes stevig zijn, kun je ze voorzichtig lostrekken.

  9. Haal de fritters uit de olie en herhaal met de rest van de balletjes.

  10. Knijp intussen het vocht uit de komkommer en de bosui. Meng de komkommer en bosui met de yoghurt, komijn, chili en suiker.

  11. Serveer de fritters met de raita.

11 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven